Grondleggers
Contextuele therapie is mede ontwikkeld door de Hongaars-Amerikaanse psychiater en gezinstherapeut Ivan Boszormenyi-Nagy, op basis van de individuele therapie en de systeemgerichte gezinstherapie. Er zijn ook aspecten van andere stromingen, zoals de psychoanalytische benadering in terug te vinden. Nagy groeide op in een samenleving die gekenmerkt werd door nauwe familiebanden. Hij studeerde medicijnen aan de universiteit van Boedapest en wilde psychiater worden omdat hij zich wilde inzetten voor onderzoek en behandeling van psychosen. Zijn emigratie in 1950 naar de VS, betekende dat hij werd afgesneden van zijn familie, hetgeen bijgedragen heeft aan de ontwikkeling van zijn theorie. In 1957 werd Nagy directeur van de afdeling gezinspsychiatrie van het Eastern Pennsylvania Psychiatric Institute, Philadelphia. De gezamenlijke zittingen van staf, schizofrene patiënten en hun families waren in de evolutie van zijn denken een keerpunt. Sinds die periode ontwikkelde hij, in dialoog met andere gezinstherapeuten, de contextuele therapie. Nagy integreerde in zijn manier van denken en werken invloeden uit de psychoanalyse en de gezinstherapie. Hij werd daarbij onder meer beïnvloed door Kalman Gyarfas, Virginia Satir, de psychoanalyticus Ronald Fairbairn en vooral door de filosoof Martin Buber, voor wie een mens slechts mens is in relatie tot de andere.

Tussen 1990 en 1997 leidde Nagy samen met Else-Marie van den Eerenbeemt, Nelly Bakhuizen en Roefke Carmiggelt-Polak een Masterclass Contextuele Therapie aan de Hogeschool van Amsterdam, waar heel wat Belgische en Nederlandse contextueel therapeuten, waaronder uit onze praktijk, werden opgeleid.

Zoals gezegd heeft de Joodse filosoof Martin Buber met zijn begrip van de dialoog dat het fundament vormt van alle menselijke relaties, grote invloed gehad op de ontwikkeling van het contextuele denken van Nagy. Dé grote geestelijke ontdekking van Bubers leven is de herontdekking van de joodse traditie, dat wil zeggen hoe daarin over menselijke verhoudingen wordt gedacht. Buber vindt in het chassidisme, dat ieder mens actief kan bijdragen aan rechtvaardige verhoudingen tussen mensen. Volgens Buber is voor een werkelijke dialoog de relatie onmisbaar voor het individuele zelf. Wanneer er breuken zijn ontstaan in familierelaties vindt Nagy het dan ook van het grootste belang de dialoog weer op gang te brengen. Hij legt de nadruk op het opsporen van hulpbronnen binnen familierelaties. Uitgangspunt is dus dat de werkelijkheid van mensen relationeel en intergenerationeel is. De mens is een relationeel wezen.

De theorie
De term "context" in de contextuele hulpverlening is gekozen om de dynamische verbondenheid aan te geven van een persoon met diens relaties, dwars door de generaties. Ieder mens maakt deel uit van een familienetwerk. Contextuele hulpverlening is dus hulpverlening die rekening houdt met en gebruik maakt van deze dynamische intergenerationele verbondenheid. De contextueel therapeut houdt voortdurend rekening met dit intergenerationele netwerk; ook als er gewerkt wordt met een enkele client. Uitgangspunt van de contextuele hulpverlening is onder meer de gedachte dat het relationele leven van mensen vier dimensies kent, te weten:

1. De dimensie van de feiten (facts or legacy):
Erfelijkheid, lichamelijke eigenschappen, gebeurtenissen in het leven zoals echtscheiding, werkloosheid, ziekte, verlies, adoptie, invaliditeit, armoede of rijkdom, oorlog, achtergronden van vader en moeder et cetera.

2. De dimensie van de psychologie (needs or psychology):
Wat zich in het individu afspeelt aan behoeften, gevoelens, lusten, gedachten, fantasieën en motivaties. Het gaat dan over persoonlijkheid en karakter, afweermechanismen, ego-sterkte en dergelijke. Hoe hebben mensen gebeurtenissen en feiten uit hun leven verwerkt?

3. De dimensie van de interacties (power transactions or alignments):
De patronen van gedrag en communicatie tussen personen: Gezinsstructuren, systeemregels, zondebokmechanismen, coalitievorming, collusies enzovoorts.

4. De dimensie van de relationele ethiek (ethical balance):
Hierbij gaat het om de rechtvaardigheid van de relatie, het relationele evenwicht tussen het geven en ontvangen van gepaste zorg. Een relatie is rechtvaardig als er op langere termijn een evenwicht bestaat tussen rechten en plichten, tussen geven en ontvangen. Begrippen als loyaliteit, vertrouwen en betrouwbaarheid, verdiensten en schuld vallen binnen deze dimensie. Hierbij wordt een sterke verbinding gelegd tussen de invloed op het individu die voorkomt uit verworvenheden van vorige generaties, en de wijze waarop deze invloed wordt gebruikt in het leven. Deze dimensie zit verweven in de voorgaande drie dimensies. Zij overkoepelt als het ware de andere drie dimensies. Er bestaat in families een "onzichtbaar grootboek" waarin die balansen tussen de familieleden bijgehouden worden. Wat in de ene generatie uit balans is geraakt, probeert men in de volgende weer in evenwicht te brengen. Deze beweging kan tot een verbetering in de toekomst leiden of tot een zich steeds weer herhalen van destructieve patronen (de intergenerationele overdracht van destructief recht).

Voor de contextuele hulpverlener is deze laatste dimensie de belangrijkste leidraad. De andere dimensies mogen echter niet uit het oog worden verloren en in de taxatie en behandeling moeten de feiten, de psychologie en de transacties ook in de beschouwing worden meegenomen. Als hij leert de relationeel-ethische dimensie met de drie andere dimensies te verbinden, zal zijn begrip van verschijnselen binnen menselijke relaties toenemen, en ook zijn therapeutische en preventieve mogelijkheden.

Loyaliteit is een kernwoord binnen deze relationele ethiek. De band tussen ouders en kinderen is onverbreekbaar: nooit houdt men op de moeder of vader van dat kind te zijn, en nooit houdt men op de zoon of dochter van die ouders te zijn (verticale loyaliteit). Loyaliteit is dus geen gevoel, maar een zijnsgegeven. Loyaliteitsconflicten zijn eigen aan het leven zelf. In de levensloop snijden horizontale loyaliteitsbanden de verticale. Verbreken, vermijden of ontkennen van die verticale loyaliteit zal ernstig lijden veroorzaken in nieuwe relaties met de partner of de kinderen.

De praktijk
De grondhouding van de contextuele hulpverlener is de meerzijdige partijdigheid: de therapeut is bekommerd om al diegenen die door de hulpverlening worden beïnvloed. Dat wil zeggen: ook de ouders en/of partner en/of kinderen van de cliënt. De therapeut streeft naar een zo eerlijk mogelijke relatie tussen de cliënt en diens context en is gericht op het doorbreken van isolement en het herstellen van de dialoog. Voorwaarde om deze meerzijdige partijdigheid als grondhouding te verwerven is wel dat de hulpverlener de eigen context kent en aanvaardt.

Methodisch hanteert de therapeut een aantal specifieke contextuele interventies:

• Erkenning geven voor het onrecht dat de cliënt werd aangedaan (erkenning voor het slachtoffer) en voor datgene wat hij doet voor anderen (erkenning van de verdienste).
• Het maken van een genogram. De familie en het gezin van herkomst wordt letterlijk in kaart gebracht. Onder meer intergenerationele overdracht van destructief recht en gerechtigde aanspraken worden met behulp van deze interventie makkelijker zichtbaar gemaakt.
• Opzoeken en aanwenden van de resterende hulpbronnen: wie in de context kan wat doen, dat positief bijdraagt tot de betrouwbaarheid van de relatie?
• De verwachting van actie: de voortdurende, consequent volgehouden en expliciete verwachting van de hulpverlener dat de cliënt actie zal ondernemen, die deel uitmaakt van verantwoord ouderschap, kind zijn of partnerschap. Een zorgvuldige timing is daarbij uiteraard noodzakelijk.
• Verbindend vragen stellen: de hulpverlener hanteert consequent een verbindende taal.

Doelgroepen van de contextuele hulpverlening
Contextuele hulpverlening is geschikt voor hulpverlening aan individuen, paren, gezinnen en families en kan ook in groepen gebruikt worden. Ook als een therapeut met een individuele cliënt werkt houdt hij/zij rekening met de andere betrokkenen in de context van de cliënt. Contextuele therapie is, zeker in combinatie met de principes van interculturele communicatie, bij uitstek geschikt voor hulpverlening aan cliënten uit wij-culturen of cliënten die opgroeien onder invloed van twee culturen. Zie voor meer informatie hierover de